Oud-leerlingen

nov 11, 2017
Karien Verhappen

Oud-leerlingen

Volgende maand krijgen we op school bezoek van tien oud-leerlingen. Zij komen ons helpen met de organisatie en uitvoering van de workshop ‘Op kamers wonen’, voor examenleerlingen. Voor de meesten van hen is het de eerste keer na de diploma-uitreiking dat ze weer op hun, inmiddels oude, school zijn. Dit roept vast herinneringen op, vaak nog vers in het geheugen, maar vanwege de grote verschillen tussen school en studie tegelijkertijd moeilijk bereikbaar, zoals een nieuw boek de herinnering aan het vorige volledig kan wegvagen. Ik ben benieuwd hoe ze het vinden om als student het schoolgebouw binnen te lopen. Wat vinden ze van hun school nu ze er zelf niet meer op zitten? Kan hij er een beetje mee door? Valt het achteraf gezien allemaal wel mee? Of juist tegen; heeft de gewenning allerlei ellende verbloemd?

Hierover sprak ik met een oud-leerling, onderweg in de trein van station Ede-Wageningen naar Utrecht (ik) en Amsterdam (hij). Hij vertelde over docenten – vaak het eerste waar oud-leerlingen over beginnen – voor wie hij in zijn schooljaren bewondering had gehad. Dat waren zonder uitzondering docenten met wie je in discussie kon gaan. Zij waren altijd bereid om hun keuzes toe te lichten en ter discussie te stellen. Een mooie eigenschap. Hij vond het moeilijk als een docent zijn rol als meerdere gebruikte om van de leerlingen iets gedaan te krijgen. Ik dacht direct aan de les die ik een half uur daarvoor had afgesloten. Daar was weinig ruimte voor discussie geweest. De klas moest aan het werk. Dat moet soms. Einde discussie. Ik dacht aan de leerlingen die blij waren met de duidelijke instructie en de tijd die overbleef om iets te doen en aan de leerlingen die teleurgesteld hun kritische vragen inslikten of geërgerd hun boek erbij pakten.

Je doet het nooit goed. Of juist altijd.

Een ander gesprek met een oud-leerling was beduidend korter. Het vond plaats op het station in Amersfoort. Op perron 6 kwam daar de stoptrein aan die me, zij het een uur later dan gepland, zou afzetten in Ede-Wageningen. Wegens het uitvallen van verschillende andere treinen was mijn humeur bezig met een vrije val. Tijdens het vallen gingen de deuren van de trein open. Ik richtte mijn blik op de trap waarover een kudde treinreizigers zich een weg naar buiten baande. Eén van hen was een oud-leerling. Vorig jaar had ik hem nog in de klas. Ik zie hem zo zitten, in de hoek, aan het raam. Nu zag ik hem niet, maar hij mij wel. Hij had geen vertraging of het deerde hem niet. ‘Hee! Mikey! Hoe is het, jongen?’ klonk het ineens. Ik keek op en zag hem in een glimp, op de bovenste trede. Hij torende hoog boven me uit. Van bovenaf gaf hij me een mep op mijn schouder, daarna verdween hij snel uit beeld. Ik wist nog net ‘Hee’ uit te brengen, veel zachter dan de bedoeling was. In de trein schoot me zijn naam te binnen.

En dan ben je ineens hun docent niet meer.

Oud-leerlingen zijn plots veranderd in volwassenen. Dat is even wennen. Tijdens de workshop zijn we met zijn allen docent. Daar kijk ik naar uit. Ik kijk uit naar het weerzien met de oud-leerlingen. Ik ben benieuwd hoe ze terugkijken op school, hoe de studie hen bevalt, waar ze wonen en met wie en waar ze van dromen. Op school was dat een gekke vraag, maar nu mag ik deze wel stellen, toch? Ik ga het gewoon proberen.

Mike is docent Nederlands op een school in Wageningen. Voor Onderwijshelden blogt hij over zijn avonturen voor de klas.

No comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *