Pantarijnweek (1)

jan 04, 2018
jo jo

Pantarijnweek

 

‘What’s Films analyseren, Mike?’ Mijn nieuwe mentorleerling uit Chili, hier een jaar op uitwisseling, stelt me die vraag aan de vooravond van de Pantarijnweek. Een paar dagen eerder is ze overgestapt van een geschikt niveau (4e klas) naar geschikte klas- en leeftijdgenoten (5e klas) en nu staat ze op het punt om deel te nemen aan de meest roerige en flexibele schoolweek van het jaar. Tussen maandagochtend en donderdagmiddag heeft ze verschillende workshops op de planning staan. Voor sommige heeft ze zich zelf opgegeven voor andere is ze ingeschreven door haar vorige mentor. ‘It has something to do with movies, I guess’, antwoord ik. ‘You will learn how to analyse them.’ Mijn antwoord is slechts een vertaling van de titel, maar stelt haar gelukkig gerust. ‘That must be nice’, zegt ze. In Chili hebben ze op school geen workshops, laat staan een speciale week waar die in samenkomen.

De Pantarijnweek staat ook voor mij bol van de verrassingen. Ik ken mijn eigen workshops, maar heb geen idee wat er verder op school gebeurt. Enig idee ontstaat als ik maandag net voor de lunch de trap op loop. Helemaal bovenaan, op de derde verdieping, gooit een leerling een ei naar beneden, vastgemaakt aan een stuk papier. De constructie is niet bestand tegen de zwaartekracht. Beneden tekent een leerling hoofdschuddend een kruis op zijn formulier. Hun docent kijkt tevreden omhoog en veegt intussen wat eigeel van zijn schoen. Op de eerste verdieping filmen leerlingen iets waar ze hard om lachen en in de gang op weg naar de docentenkamer staat een elftal meisjes met vegen in hun gezicht te brullen bij een heuse Haka. Net voorbij de klapdeuren eten drie eersteklassers hun zelfgebakken brood en naast de nieuwe docentenwerkruimte strooit een handvol bovenbouwers met enquêtes over de hoeveelheid zitplaatsen voor leerlingen op school. Op tafels ligt dan al De Talent: de dagelijkse schoolkrant over de Pantarijnweek.

Wanneer alle eieren gegooid zijn, is het tijd voor het middagprogramma en daarmee voor mijn eerste workshop. Deze wordt verzorgd door jeugdboekenschrijfster Mel Wallis de Vries. Zij praat met leerlingen over het schrijven en lezen van boeken. Enthousiast begeleidt ze een aantal van hen tijdens het spelen van scènes uit haar boek. Mijn rol beperkt zich tot het aanzetten van de beamer, het halen van voldoende cappuccino’s voor mijn gast en het maken van foto’s. De meeste foto’s maak ik met de telefoons van leerlingen die in de pauze tegen Mel aan kruipen. ‘Ik heb al je boeken gelezen en ik vind ze allemaal even mooi’, zegt één van deze leerlingen, terwijl ze zo snel mogelijk de foto op Instagram post. Dezelfde leerling is de volgende dag aanwezig bij de workshop ‘Creatief schrijven’ van goede vriend Frank Heinen, ook een professioneel schrijver. Hij kan niet bogen op een schare jonge fans zoals Mel, maar wel op schrijf- en enthousiasmeertalent. De 25 aanwezige leerlingen zetten iets op papier over hun dag tot dusver; sommigen verzinnen er iets bij. ‘Geen disrespect, ik ken je niet, maar ik vond het een toffe workshop’, krijgt Frank te horen en tevreden druipen we af.

De eerste workshop waarbij ik zelf aan het roer sta, vindt plaats op de woensdagochtend en staat in het teken van onderwijsvernieuwing. Een groepje dat hier voor het profielwerkstuk onderzoek naar doet warmt de groep op en samen met een collega leg ik vervolgens de opdracht uit: als alles zou kunnen en mogen, hoe zou jullie ideale school er dan uitzien? Een uur later presenteren zeer heterogene groepen hun plannen: ‘Ik wil meer zitplekken en minder kluisjes’, zegt een meisje. ‘Mijn kluisje mag weg’, luidt de reactie van haar twee keer zo grote buurman. ‘Maar dan wil ik wel een bank ervoor in de plaats en niet van die houten stoelen.’ ‘Dat is goed’, zegt het meisje naast hem heel zacht. De presentaties zijn voorbij als ik het bord helemaal volgeschreven heb met alle voorbijgekomen ideeën en suggesties. Er staat van alles tussen: een fantastische schooltuin, een frustratieruimte met boksbal, een dag zonder rooster, een week zonder rooster, een school zonder rooster, een cijfer voor werkhouding, geen cijfers meer voor sommige vakken, helemaal geen cijfers meer, meer keuzevrijheid, minder verplichte vakken, geen verplichte vakken, geen vakken. De kenners zijn het over twee dingen eens: school moet anders. En de Pantarijnweek is een stap in de goede richting.

 

Mike is docent Nederlands op een school in Wageningen. Voor Onderwijshelden blogt hij over zijn avonturen voor de klas.

Tags:

No comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *