Pantarijnweek (2)

jan 09, 2018
jo jo

mike docent

Donderdag. De deur zwaait open. In een rijtje lopen de oud-leerlingen het toetslokaal in, de ruimte waar ze ook hun eindexamens hebben gemaakt. Ik ben nooit meer in mijn examenzaal geweest, maar ik weet zeker dat het indruk zou maken. Op deze oud-leerlingen maakt na hun eerste duik in het studentenleven niet veel meer indruk. Ze willen koffie. Eindelijk koffie, want het was vroeg vanochtend. Terwijl ze hun handen om de hete plastic bekertjes slaan, leggen wij uit wat hun rol is. Zij helpen ons die ochtend mee met de workshop ‘Op kamers wonen’.

 

Om te beginnen de spellen helemaal achterin het lokaal: het sorteren van de was, het koppelen van schoonmaakmiddelen aan oppervlaktes en het maken van een boodschappenlijst met nog maar tien euro op zak. Tijdens de uitleg wordt er begrijpend geknikt. Niet door iedereen. ‘Waar staan de antwoorden?’ vraagt één van de studenten. Later die ochtend geeft hij ruiterlijk toe zijn was nog altijd mee naar huis te nemen. ‘Naar huis?’ vraagt de collega met wie ik de workshop in Utrechtse kroegen heb uitgestippeld. ‘Eh, naar mijn ouders’, zegt hij gauw. Even later zijn ook wij aan de beurt: ‘Een Kamernetronde? Menen jullie dat? Kamernet? Dat kan echt niet meer hoor. En dan een brief schrijven zeker, als je geïnteresseerd bent?’

 

Na de lunch is het tijd voor de tweede shift van ‘Op kamers wonen’. Van een parcours met groepjes, winnaars en doordraaien verandert de workshop in een lang vraaggesprek over de voor- en nadelen van het wonen in een studentenhuis. Van de tien oud-leerlingen is er nog één over. Voor hem zitten twaalf leerlingen uit 5 havo en 6 vwo. ‘Iemand vroeg welk keukengerei ik zou zijn’ antwoordt hij op de eerste vraag, over zijn gekste hospiteerervaring. ‘Ik koos voor een opener, omdat ik voor alles opensta.’ Een leerling lacht verbaasd en vraagt vervolgens: ‘Is een studentenhuis altijd smerig?’ Terwijl de student nadenkt, vraagt iemand anders: ‘En mag je ook zeggen dat je niet gestoord wil worden, als je in een studentenhuis woont?’ De bezorgdheid slaat over naar de rest van de groep ‘Wat moeten we doen als de huisbaas niet te bereiken is?’ ‘Of als hij juist elke dag op de stoep staat?’ Wij springen bij; om en om geven we nu antwoord. Als ik één van de leerlingen vertel over het fenomeen schoonmaakrooster, realiseer ik me dat ik nog op kamers woonde toen ik haar voor het eerst in de klas had.

 

Ook op vrijdagochtend krijgen leerlingen voorlichting over het studeren, maar nu van hun eigen ouders. Een aantal van hen vertelt over hun studie(keuze) en hoe die soms wel maar vaker niet aansloot op hun huidige baan. ‘U bent dierenarts maar u heeft geen diergeneeskunde gestudeerd. Ik wil ook dierenarts worden. Zal ik dan ook iets anders gaan studeren, biologie ofzo?’ Na een kort pleidooi voor een ‘studiepad met veel zijwegen’ verhuizen we naar een groot lokaal waar alle 5-vwo-leerlingen en hun mentoren samenkomen. Tussen de kerstmuziek en zelfgemaakte appelflappen door is er tijd voor een speech van één van de mentoren, die een idee heeft. ‘Wat nou als we elke vrijdag telefoonloos door het leven gaan? Wij, de docenten, en jullie. Wat zou er dan veranderen? Hoeveel botsingen zou het schelen op de gang? Ik wil het graag ontdekken. Wie doet er mee?’ Wij doen mee, zeggen wij en er gaan een stuk of zestig handen de lucht in.

 

Daarmee sluiten we de Pantarijnweek in stijl af. Het was een week waarin alles mogelijk was, waarin iedereen de ruimte had om iets in gang te zetten, waarin er geleerd werd zonder dat er heel duidelijk geleerd moest worden. Als het aan mij ligt houden we dat gevoel vast, in ieder geval tot de volgende Pantarijnweek.

 

Tags:

No comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *